Een eerste herinnering

Al een paar maanden schrijf ik aan mijn afstudeerwerk. Op dit blog wil ik naast mijn schrijfproces ook mijn onderzoek delen. Ik doe onderzoek naar rouwrituelen en omgaan met verlieservaringen. 

Mijn zus en ik doen een spel aan de keukentafel. We zijn jong, misschien ging ik nog niet eens naar de basisschool. We zitten op de blauwe krukken, achter me is mijn moeder bezig aan het aanrecht. Het keukenraam kijkt uit op de carport er hangen halve gordijntjes voor het raam. In de vensterbank staat de droppot, wat eigenlijk een vierkant koffieblik is. Elke dag mogen we een snoepje eruit pakken. Bij de verwarming staat het mandje met daarin de poes. Ze ligt opgekruld en slaapt. Mijn moeder draait haar af en toe op haar andere zij en maakt met haar vinger de neus en het bekje van de poes nat. De poes is langzaam aan het doodgaan, maar dat is niet erg of eng. Het is rustig.

Het plan

Al een paar maanden schrijf ik aan mijn afstudeerwerk. Het heeft nog geen titel, ik ben niet goed in het bedenken van titels.

In mijn verhaal neemt Willem zijn dochters mee naar Zuid-Frankrijk om ze te leren rouwen. Hij ziet dit als een waardevolle vaardigheid die je maar beter kunt beheersen voordat je hem echt nodig hebt. Het is immers onverantwoord iemand lief te hebben als je het niet aan zou kunnen diegene te verliezen. Ondertussen is Jolanda, de vrouw van Willem, bezig met een stilteretraite om zich te wapenen tegen het Lege Nest Syndroom.

Vooral voor Willems verhaal doe ik veel onderzoek. Omdat hij zich obsessief heeft verdiept in allerlei rouwrituelen en uitvaarten in verschillende culturen, moet ik dat ook doen. Op dit blog wil ik naast mijn schrijfproces ook mijn onderzoek delen. Ik hoop op deze manier een overzicht te creƫren van de interessante dingen die ik heb gevonden ook als die misschien niet letterlijk in het verhaal komen. Tot nu toe hield ik mijn ontdekkingen bij in een fel oranje opschrijfboekje wat ik koos omdat de kleur zo opvallend is dat ik me niet kan voorstellen dat ik het kwijt raak. Het is nog lang niet vol, dus ik blijf door zoeken en door schrijven en door piekeren.

Het opschrijfboekje intimideert mijn goudvis.

Inademen

Nog 100 dagen. Het voelt als diep inademen voordat ik vanaf het startblok onderwater duik. Het was vooral overtuigingskracht waardoor ik meer dan een baan onderwater kon zwemmen. Thuis in bed oefende ik met het inhouden van mijn adem. Op de klok hield ik de tijd bij. Net voordat ik naar lucht hapte, begonnen mijn borst en buik altijd heftig op en neer te bewegen alsof mijn longen de laatste restjes zuurstof uit de lucht wilde halen die tot dan toe in mijn mond en keel zat. Ik denk aan konijnen die hun eigen poep eten om daar de voedingsstoffen uit te halen die bij de eerste verteringsronde niet zijn opgenomen.

Ik probeer het opnieuw, met mijn telefoon in mijn hand neem ik een grote hap lucht. Meteen herinner ik me dat dat helemaal geen zin heeft. Mijn borst doet pijn dus ik laat het grootste deel ontsnappen.  De eerste veertig seconden gaan prima, vanaf 1 minuut wordt het lastig. Ik houd het 1 minuut en twintig seconden vol. Vroeger zal mijn record hoger hebben gelegen, maar dat weet ik niet meer. Ik speelde klarinet, zat op zwemles en bewoog een stuk meer.

Over honderd dagen presenteer ik mijn afstudeerwerk.

In wording

Ik schreef een reeks gedichten voor het artistiek onderzoek in het vierde jaar van de opleiding Creative Writing op ArtEZ. Alle citaten van Quintilianus komen uit het boek De opleiding tot redenaar, wat vertaald is door Piet Gerbrandy en uitgegeven door de Historische Uitgeverij. Voor dit werk is de zevende druk uit 2015 gebruikt.
Beluister en lees de gedichten op het tabblad In wording.