Micromort


Steven Fry vraagt zijn gasten wat het gevaarlijkst is: 1000 bananen, een halve liter wijn, 1,4 sigaretten of twee dagen in New York. Ik weet niet meer wanneer ik de oude afleveringen van QI keek, maar dit fragment ben ik niet vergeten. Het antwoord op de vraag van Fry is dat ze allemaal precies even gevaarlijk zijn.  Dit is berekend door het gebruik van de micromort.

De micromort is een eenheid die is bedacht door professor Ronald A. Howard om risico’s van medische ingrepen inzichtelijk te maken. 1 micromort staat gelijk aan de kans van 1 op een miljoen dat je plots doodgaat. Door micromorts te gebruiken wordt het mogelijk om de risico’s van bepaalde keuzes met elkaar te vergelijken.

De risico’s die micromorts opleveren zijn heel gevarieerd zoals het voorbeeld van Fry al aangaf. Daarnaast is er een onderscheid te maken in acute risico’s en het doorlopende risico.
Acute risico’s zijn vrij gemakkelijk te berekenen. Wil je bijvoorbeeld de micromorts berekenen die het afstuderen van een kunstacademie oplevert, dan deel je het aantal sterfgevallen door het totaal aantal afstudeerders. Op die manier kun je zeggen dat, puur hypothetisch, twee op de zeshonderd afstudeerders overlijden als direct gevolg van het afstuderen.  Dit is 0,33 per 100, dus 3300 per 1 miljoen. Hieruit kun je concluderen dat afstuderen van de kunstacademie 3300 micromorts oplevert. Op zichzelf zegt dit niet zoveel, tot je het vergelijkt met de micromorts die andere activiteiten opleveren. Stel dat bijvoorbeeld afstuderen van de Hogeschool Arnhem Nijmegen 12 micromorts oplevert, dan kun je concluderen dat afstuderen bij de kunstacademie een behoorlijk risicovolle bezigheid is.
Doorlopende risico’s  zijn lastiger te bereken. Deze doorlopende risico’s zie je bijvoorbeeld terug in onderzoeken die stellen dat elk glas alcohol een half uur van je leven kost. Dit halve uur wordt ook wel het microlife genoemd. 1 microlife staat voor 30 minuten van je levensverwachting. Het verschil met micromort is dat het risico van de micromort verdwijnt. Als je het afstuderen hebt overleefd, ben je daarna bevrijd van dat risico. De microlife telt door.

In theorie zou je dus door de micromorts en de microlife kunnen berekenen wanneer je doodgaat. En laat ik nou net een personage hebben wat zich daar erg mee bezig houdt.

Multitasken achteraf

Ik kan mijn aandacht lastig verdelen. Het liefst werk ik aan een project tegelijk, waarbij ik elke dag een duidelijke taak voor mijzelf bedenkt. Op die manier kan ik in opperste concentratie snel werken. Je zou zeggen dat afstuderen daar ideaal voor is. Ik vind het ook heerlijk om zolang de tijd te hebben voor een verhaal. Tegelijkertijd bedacht ik dat het leuk was om een blog bij te houden. Wat betekende dat ik mijn aandacht moest verdelen, wat betekende dat ik wel schreef maar niet voor het blog.

Inmiddels is mijn tekst klaar voor de eindredactie en heb ik dus ineens meer tijd. Ik probeer het een beetje los te laten. Het ene moment ben ik blij en trots op wat ik aan het maken ben, het volgende ben ik bang dat het verschrikkelijk saai is en dat niemand het zal willen lezen. Dat schijnt er allemaal bij te horen. In plaats van mezelf ervan te overtuigen dat het goed komt, moet ik mezelf nu voorhouden dat het goed is.

Het voordeel is dat ik nu eindelijk weer tijd heb om stukjes op het blog te plaatsen. In plaats van lezers mee te nemen in mijn proces, laat ik achteraf mijn proces zien.

James I

Al een paar maanden schrijf ik aan mijn afstudeerwerk. Op dit blog wil ik naast mijn schrijfproces ook mijn onderzoek delen. Ik doe onderzoek naar rouwrituelen en omgaan met verlieservaringen. 

Je koopt een goudvis natuurlijk niet met het idee dat die wel snel dood zal gaan, maar je houdt er rekening mee. Ik heb er zo lang rekening mee gehouden dat ik niet eens door had dat de goudvis op mijn bureau in ieder geval al acht jaar bij me is. Misschien langer, dat weet ik niet. Ik heb nergens genoteerd wanneer ik James kreeg.

James zwemt enthousiast voor het glas, ik las jaren geleden dat je goudvissen kunt leren door een doolhof te zwemmen. Dat vond ik te veel werk, maar ik leerde James in de linkerhoek van het aquarium heen en weer te zwemmen voor hij eten kreeg. Om te demonstreren dat goudvissen een slecht geheugen zouden hebben, doet James telkens wanneer ik aan het bureau ga zitten alsof hij nog geen eten heeft gehad.

Tijdens het schrijven let hij meestal niet op me. Tenzij ik mijn theekop te hard neerzet. Als de woorden niet willen komen kijk ik naar hem. Maar nooit te lang. Als ik te lang kijk begin ik me af te vragen of de paar donkere vlekken niet een stipziekte zijn, of hij altijd al een beetje een bol buikje had en of de witte streep die van kop tot staart over zijn onderkant loopt hem niet langzaam opensplijt. Daar moet ik natuurlijk niet over nadenken. En James doet dat ook niet. Ik weet niet wat een goudvis denkt, maar ik hoop dat het niet veel is.

Ik weet dat je goudvissen eigenlijk niet in hun eentje moet houden. Het probleem is dat het gezelschap van James steeds doodgaat en ik daar niet zo goed mee om kan gaan. Het is ook altijd hetzelfde, een probleem met de zwemblaas. Dan beginnen ze te drijven. En dan probeer ik ze op het advies van het internet te helpen, maar uiteindelijk gaan ze toch dood. Maar James niet. Hij heeft nog nooit iets gehad. Ik heb zijn compagnons door de jaren heen op verschillende plekken begraven. Ik hoop vooral dat hij ze zich niet kan herinneren.

Willem en ik

Al een paar maanden schrijf ik aan mijn afstudeerwerk. Op dit blog wil ik naast mijn schrijfproces ook mijn onderzoek delen. Ik doe onderzoek naar rouwrituelen en omgaan met verlieservaringen. 

Ik werd een paar jaar geleden wakker met een zin in mijn hoofd. ‘Mijn vader leerde ons rouwen.’ De zin was interessant genoeg om te onthouden, om op te schrijven en om over te blijven denken. Waarschijnlijk hoorde er een droom bij, maar die was ik die ochtend al vergeten. Dus wist ik de context niet, wat alleen maar meer ruimte voor gedachten opleverde: Hoe leer je iemand rouwen? En waarom?

Een van de opties was dat de vader dood zou gaan, dat lijkt me namelijk een manier om mensen te leren rouwen. Als ik nu dood zou gaan, zal mijn omgeving leren rouwen. Natuurlijk is dit een vrij risicovolle methode, als je een kind in het zwembad gooit, zal het leren zwemmen of verdrinken. Bovendien vond ik het interessanter wanneer die vader doelbewust aan de gang zou gaan.

Ik ben niet bang om dood te gaan, ik ben bang om over te blijven. Ik heb me er een tijd erg boos over gemaakt dat mijn broer en zussen langer ouders zullen hebben dan ik, omdat ik de jongste ben. Dat is natuurlijk onredelijk, maar ik nam het mijn ouders erg kwalijk dat ze mij als laatste hadden gekregen. Nu lach ik daar een beetje om, maar de angst blijft hetzelfde. Ik wil niet de laatste zijn van mijn gezin.

Wanneer ik ergens bang voor ben, omring ik me met informatie. Mijn ouders gaan dood. Nu nog niet, ik heb geen informatie die daarop wijst, maar het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat ik hen zal overleven. Dat betekent dat ik met dat verlies moet kunnen omgaan. Ik weet dat ik me daar niet op kan voorbereiden. Willem weet dat niet. Willem gelooft in rouwen als vaardigheid, iets wat je kunt leren, zodat je er klaar voor bent wanneer je het nodig hebt. Willem leert zijn dochters rouwen.

Een eerste herinnering

Al een paar maanden schrijf ik aan mijn afstudeerwerk. Op dit blog wil ik naast mijn schrijfproces ook mijn onderzoek delen. Ik doe onderzoek naar rouwrituelen en omgaan met verlieservaringen. 

Mijn zus en ik doen een spel aan de keukentafel. We zijn jong, misschien ging ik nog niet eens naar de basisschool. We zitten op de blauwe krukken, achter me is mijn moeder bezig aan het aanrecht. Het keukenraam kijkt uit op de carport er hangen halve gordijntjes voor het raam. In de vensterbank staat de droppot, wat eigenlijk een vierkant koffieblik is. Elke dag mogen we een snoepje eruit pakken. Bij de verwarming staat het mandje met daarin de poes. Ze ligt opgekruld en slaapt. Mijn moeder draait haar af en toe op haar andere zij en maakt met haar vinger de neus en het bekje van de poes nat. De poes is langzaam aan het doodgaan, maar dat is niet erg of eng. Het is rustig.

Het plan

Al een paar maanden schrijf ik aan mijn afstudeerwerk. Het heeft nog geen titel, ik ben niet goed in het bedenken van titels.

In mijn verhaal neemt Willem zijn dochters mee naar Zuid-Frankrijk om ze te leren rouwen. Hij ziet dit als een waardevolle vaardigheid die je maar beter kunt beheersen voordat je hem echt nodig hebt. Het is immers onverantwoord iemand lief te hebben als je het niet aan zou kunnen diegene te verliezen. Ondertussen is Jolanda, de vrouw van Willem, bezig met een stilteretraite om zich te wapenen tegen het Lege Nest Syndroom.

Vooral voor Willems verhaal doe ik veel onderzoek. Omdat hij zich obsessief heeft verdiept in allerlei rouwrituelen en uitvaarten in verschillende culturen, moet ik dat ook doen. Op dit blog wil ik naast mijn schrijfproces ook mijn onderzoek delen. Ik hoop op deze manier een overzicht te creëren van de interessante dingen die ik heb gevonden ook als die misschien niet letterlijk in het verhaal komen. Tot nu toe hield ik mijn ontdekkingen bij in een fel oranje opschrijfboekje wat ik koos omdat de kleur zo opvallend is dat ik me niet kan voorstellen dat ik het kwijt raak. Het is nog lang niet vol, dus ik blijf door zoeken en door schrijven en door piekeren.

Het opschrijfboekje intimideert mijn goudvis.

Inademen

Nog 100 dagen. Het voelt als diep inademen voordat ik vanaf het startblok onderwater duik. Het was vooral overtuigingskracht waardoor ik meer dan een baan onderwater kon zwemmen. Thuis in bed oefende ik met het inhouden van mijn adem. Op de klok hield ik de tijd bij. Net voordat ik naar lucht hapte, begonnen mijn borst en buik altijd heftig op en neer te bewegen alsof mijn longen de laatste restjes zuurstof uit de lucht wilde halen die tot dan toe in mijn mond en keel zat. Ik denk aan konijnen die hun eigen poep eten om daar de voedingsstoffen uit te halen die bij de eerste verteringsronde niet zijn opgenomen.

Ik probeer het opnieuw, met mijn telefoon in mijn hand neem ik een grote hap lucht. Meteen herinner ik me dat dat helemaal geen zin heeft. Mijn borst doet pijn dus ik laat het grootste deel ontsnappen.  De eerste veertig seconden gaan prima, vanaf 1 minuut wordt het lastig. Ik houd het 1 minuut en twintig seconden vol. Vroeger zal mijn record hoger hebben gelegen, maar dat weet ik niet meer. Ik speelde klarinet, zat op zwemles en bewoog een stuk meer.

Over honderd dagen presenteer ik mijn afstudeerwerk.

In wording

Ik schreef een reeks gedichten voor het artistiek onderzoek in het vierde jaar van de opleiding Creative Writing op ArtEZ. Alle citaten van Quintilianus komen uit het boek De opleiding tot redenaar, wat vertaald is door Piet Gerbrandy en uitgegeven door de Historische Uitgeverij. Voor dit werk is de zevende druk uit 2015 gebruikt.
Beluister en lees de gedichten op het tabblad In wording.